Uitgelicht: Jochem op ten Noort solo-expositie.

Solo-expositie JOCHEM OP TEN NOORT – 10 September t/m 23 Oktober  ’16.
Opening  10 September  15 – 18 uur.
Jochem op ten Noort werkt vanuit een tijdens reizen opgebouwd fotoarchief. Door deze foto’s te ontdoen van overbodige factoren komt hij tot nieuwe uitgangspunten. Kleuren en patronen worden uitgefilterd en het proces van extraheren vormt een basis waardoor een palet met slechts formele componenten tot stand komt. Door de betekenis van de gebruikte elementen te herformuleren, te ontkrachten of kracht bij te zetten probeert hij zijn eigen herinnering vast te leggen.

Jochem op ten Noort.

Jochem op ten Noort.

In ons vorige interview n.a.v. van de groepsexpositie NEON vertelde je dat je werkt in series van bijvoorbeeld 10 schilderijen, waarvan er 8 écht goed en 2 minder zijn. Bij deze 2 werken ga ik net iets te ver door en dan kunnen ze weer worden afgespannen. Die grens moet je opzoeken vind ik om tot goed werk te komen.

Kun je aangeven hoe dat mechanisme werkt, waar of wat bepaalt de grens en laat je daarin ook reacties van derden toe? Binnen mijn series maak ik equivalenten van een eerder toegepast patroon, om te kijken hoe ik met hetzelfde uitgangspunt een totaal ander werk kan maken. Alles is al een keer gedaan, toch wil ik laten zien dat ik door middel van kleine aanpassingen op totaal andere werken uitkom. Door te experimenteren met verschillende patronen probeer ik in een serie een gelijkwaardig spanningsveld te creëren. Ieder werk kan op zichzelf staan en is onderdeel van het geheel. In het experiment zoek ik de grens op en kan er wel eens een werk uit de toon vallen. Deze werken zijn minder goed, maar vormen een essentiële basis voor een nieuwe manier van werken. Hierdoor krijgt de serie en het onderzoek meer fundament.

Ja, ik laat reacties van derden toe en ga de discussie aan. Reacties zijn vaak divers. Ik trek uiteindelijk mijn eigen plan om tot een uitgebalanceerde serie werken te komen.

Zonder titel, acryl op doek, 100 x 110 cm.

Zonder titel, acryl op doek, 100 x 110 cm.

Welk werk uit deze solo-expositie wil je speciaal onder onze aandacht brengen en waarom? Dit werk is een mooi voorbeeld van één van de werken waarbij ik de grens opzoek. Het is op het eerste gezicht een heel druk werk, er gebeurt veel. De verschillende  richtingen van onder naar boven geven het werk veel energie. Tegelijkertijd wordt die spanning doorbroken doordat het werk in tweeën is gedeeld. Door gebruik te maken van twee verschillende kleurencombinaties per helft is het een uitdaging om de balans te vinden. Als het lukt beide helften zo krachtig te maken dat ze elkaar complementeren, is het experiment gelukt. Hierdoor creëer ik twee werken in één, waardoor het spanningsveld wordt onderbroken en het concentratiegebied wordt verdeeld over het hele doek. Dit is voor mij een kenmerk dat een schilderij spannend is.

Hoe verhouden de onderlinge series zich in deze expositie?
Elke serie heeft net een ander uitgangspunt. In ieder werk verweef ik verschillende geometrische vormen. Zo wil ik ook graag onderlinge series met elkaar verweven. Het is interessant om de onderlinge series en verschillende uitgangspunten tijdens een expositie te bekijken. Het is daarnaast een uitdaging om de juiste verhouding te creëren tussen de ruimte waarin de expositie plaatsvindt en de werken die je samen met de galerie uitzoekt. Het is belangrijk dat je samen de juiste werken kiest. Daarin is het de grote uitdaging dat het niet teveel op elkaar aansluit, maar ook niet teveel afsteekt. Het zoeken is naar de juiste context. Het mag schuren. Als dat lukt heb je een goede verhouding.

Wat heb jij eigenlijk met patronen?
Van jongs af aan zoek ik figuren of patronen in plafonds, stoeptegels, wanden etc. Het heeft te maken met het feit dat ik het prettig vind om orde in chaos te creëren. In alles wat structuur heeft zit iets herkenbaars en in dat herkenbare probeer ik figuren of patronen te ontdekken. Dit is menselijk. De mens wil graag van iets onherkenbaars iets maken dat herkenbaar is. Hierdoor wordt het vertrouwd en kunnen wij het een plaats geven in onze hersenen. Het geeft mij orde en rust.

Kun je iets uit je biografie toelichten?
Ik put veel uit landschappen die ik gedurende mijn reizen tegenkom. In elk landschap zit een bepaalde structuur en hierin is een patroon waarneembaar. Dit patroon vind ik interessant om te analyseren en te abstraheren. Door met formele elementen te werken, oftewel een eigen taal te ontwikkelen die bestaat uit een eindige reeks van primitieve vormen, werk ik systematisch. Deze taal bestaat uit bepaalde regels en ik probeer deze regels om te buigen, zodat ik een spanningsveld kan opzoeken. Dit maakt het werk sterker. Hierdoor ontstaan mogelijkheden om de oorspronkelijke sfeer te creëren die ik terugzie in het landschap. Deze systematische werkvorm klinkt dwangmatig, maar aan het rangschikken van vorm, kleur en ruimte beleef ik gewoon ontzettend veel plezier en voldoening.

 

Uitgelicht: Willem-Jan Kersten

Willem-Jan, je bent een veelzijdig kunstenaar. Kun je iets vertellen over je ontwikkeling als kunstenaar? Daar denk ik weinig over na maar als ik nu even terugkijk denk ik dat de jongen van 16 die begon te beseffen dat hij iets in de kunst wilde gaan doen niet zo veel verschilt van de man die ik nu ben. Eigenlijk heb ik er nog steeds moeite mee om mezelf als een volwassen oudere man te zien, net zoals ik het liever ontwijk om mezelf “kunstenaar” te noemen. Het begrip pretendeert nogal wat. Voordeel is dat ik de dingen kan doen die ik wil doen als ik mezelf kunstenaar noem.  Ik ben dan beroepsmatig herkenbaar. Niemand die zich nog afvraagt waar ik me in hemelsnaam mee onledig houd als ik het maar onder de noemer kunst doe.

Wat ik als jongen maakte speelde zich ook toen al af tussen abstractie en figuratie. Ik goochelde met beide begrippen. Naast tekenen en schilderen op papier, een beetje schrijven en fotograferen maakte ik toen ook nog 8 mm filmpjes en geluidsconstructies met bandrecorders en geluidsboxen.  Alles zonder veel kennis van de technieken.

Film en geluid hebben tegenwoordig nog nauwelijks een plaats in mijn werk.  Ik doe er af en toe nog iets eenvoudigs mee maar weet niet goed hoe, of neem niet de kans om het te presenteren.

Na de academie vond ik dat ik me een tijd op één medium moest toeleggen omdat ik merkte dat ik meer met de vorm van al die verschillende disciplines in de weer was dan met het inhoudelijk aspect van wat me bezighield. Ik beperkte me tot schilderen op linnen omdat ik dat nooit eerder had gedaan. Zo kon ik vanuit een nulpunt weer aanvangen.

Schilderen is een mooie bezigheid waar ik al mijn tijd mee zou kunnen vullen maar ik heb er altijd naar gestreefd alleen de noodzakelijke schilderijen te maken en niet meer, sterker nog: zo min mogelijk te schilderen want er is al heel, heel veel kunst.

Er is een dwingende en tegelijk plezierige noodzaak om de dingen voor mezelf in beeld te brengen maar in hoeverre dat een bijdrage aan de kunst met een grote K levert daar maak ik me weinig illusies over en het speelt ook niet mee tijdens het werk. Later kan ik een doek zonder veel moeite ook weer overschilderen of weggooien omdat ik zie dat het door een ander (of mijzelf) beter is gedaan. Het weggooien is daarmee dan een daad van een zelfde orde als het maken van een schilderij.

Ik vind dat ik in al die jaren beter werk ben gaan maken. Als dat niet zo was dan was ik wel met de kunst gestopt (hoop ik). Dat wil zeggen dat elk werk op zich duidelijker en helderder is geworden en het geheel overziende er ook voor een ander enige herkenbaarheid of een lijn in is te vinden. Overigens is het tekenen, fotografie, schrijven (en combinaties hiervan) al jaren weer volop in mijn werk aanwezig.

Wat is de belangrijkste inspiratiebron? Ik ben nieuwsgierig. Wil weten en zien wat er zich om me heen afspeelt zonder er direct een volledig wereldbeeld of visie uit te kristalliseren. De oorzaken en gevolgen interesseren me vaak minder maar de dingen en gebeurtenissen op zich fascineren me. Oorzaken en gevolgen zijn vaak interpretaties van de dag en blijken als we er even later nog eens op terugkijken, weer andere te zijn. Het kijken zonder beoordeling zou je mijn inspiratie kunnen noemen. Dat is meer dan alleen waarneming. Ik onderga die waarneming. Die perceptie geeft me een gevoel van vrijheid dat ik met niets kan vergelijken.

De dagelijkse dingen om me heen zijn aanleiding voor notities of een schetsje. Die gaan in een map en gooi ik na enige tijd meestal weer weg. Er blijft iets in mijn hoofd hangen waar ik verder mee kan. Tegelijk is wel duidelijk dat alles genoteerd moet worden. Hierdoor wordt het verwerkt en het kaf van het koren gescheiden. De wetenschap dat er zaken zijn die ik nog niet heb kunnen maken speelt altijd in mijn achterhoofd en is ook een drijfveer.

Is er een boodschap of statement dat je wilt uitdragen met je werk? ’Boodschappen haal je in de supermarkt”, heeft een groot man eens gezegd. Ik heb wel eens gezegd dat ik het meest voor de hand liggende probeer te schilderen maar het lang niet altijd kan vinden. Ik hoop dat het werk plezierig is om te zien en dat er bij nadere beschouwing intellectueel of noem het immaterieel ook nog iets te beleven valt. Dat zou mooi zijn.

Op welk doek dat geëxposeerd wordt bij Galerie Nasty Alice wil je bijzondere aandacht vestigen en waarom? Wat ik in een tentoonstelling laat zien heeft mijn criteria doorstaan en mag gezien worden.

“Alles is mooi” is een doekje wat ik graag zie en waar ik van hou. Vanwege de titel en omdat ik heb kans gezien dàt te schilderen, hoewel ik het doek de titel pas gaf enige tijd nadat het was geschilderd. Zoals dat dikwijls gaat zie ik pas later wat ik gemaakt hebt.

portret(1)Heb je nog een boodschap aan de lezer van dit blog/interview? Probeer in eerste instantie naar kunst te kijken zonder er iets van te vinden. Een oordeel is niet belangrijk, wat je ziet wel. Je hoeft het noch voor jezelf noch voor een ander te verdedigen of te verantwoorden. Er is geen waarheid in de kunst.

Uitgelicht: Marianne van Heeswijk

flyer_shuffle_VZ

 

Marianne kun je iets vertellen over jouw ontwikkeling als kunstenaar? Op de academie was ik al bezig met allerlei verschillende materialen en technieken. Ik studeerde af op een nieuw interieur voor Villa Kakelbont, het huis van fenomeen/superwoman Pippi Langkous. Meteen na de academie ben ik naar NYC gegaan voor een stage voor 3 maanden, uiteindelijk heb ik er 3 jaar op freelancebasis dessins ontworpen voor een studio. Toen ik terug kwam in Nederland heb ik mij daar i.e.i. ook mee bezig gehouden en de kost mee verdiend. Uiteindelijk heb ik pas in 2005 de keus gemaakt om voor mijn beeldende werk te gaan ipv voor de toegepaste vormgeving. Sindsdien ben ik helemaal los. De enige constante is dat mijn materiaal bewust tweedehands is, verder is de maat, uitvoering en techniek afhankelijk van wat de vraag, thema , doel of sfeer is. Dessins zijn nog steeds aanwezig in mijn vrije werk alleen in een andere vorm, als basismateriaal, als decoratie of in de Kracht van de Herhaling zoals in de Gouden bar in de Clubzaal in de Verkadefabriek in Den Bosch.

Marianne van Heeswijk
Je kiest er voor Barokke objecten te maken, waarom die stijl?
Waarschijnlijk is het allemaal afleiding cq vluchtgedrag. Ik word namelijk ” gek ” van wit, strak en rechte lijnen, dat raakt iets diep binnen in mij waar ik liever niet mee geconfronteerd word. Dus werk ik met kleur en materialen waar ik blij van word. Ik ben gek op organische vormen, verschillende culturen, op vervreemding, op eclecticisme, noem het Barok.

Wat is de boodschap die je wilt uitdragen met jouw werken? ” Mijn werk gaat over het versmelten van verhalen dwars door generaties en culturen heen, waarmee de werkelijkheid herschapen wordt en waarin alles gelijkwaardig aanwezig is. ” Een hele mondvol deze zin maar hij dekt nog steeds de lading. Ik geloof in het ” I am You/ We are One ” principe en in mijn werk verbind ik alles en iedereen op basis van gelijkwaardigheid, de ideale multiculturele wereld.

In een interview met jou lees ik dat tradities in de kunst hardnekkig zijn. Dat schreef een journalist inderdaad ooit naar aanleiding van mijn werk. Ik ben er zelf eerlijk gezegd niet mee bezig, ik werk zogezegd intuïtief en ” doe mijn ding “. Ik trek mij weinig aan van wat hoort of wat een ander ervan vindt. Een docent op de academie noemde mijn stijl toen al “Marianees” omdat het niet echt ergens onder te brengen is.

Op welke manier doorbreek jij ze? Door dicht bij mijzelf te blijven.

Heb je nog een boodschap aan de lezers van dit blog/interview? Koop tweedehands! Door de waanzin van onze weggooi/welvaartsmaatschappij stromen de kringlopen, rommelmarkten en marktplaats over omdat wij meer, anders of beter willen, weinig tevreden zijn met wat we hebben. En ondertussen gaan we ten onder aan onze hebzucht en hebben we nauwelijks oog voor wat er is, bijv de Wonderen der Natuur. Als je echt met aandacht naar een vlieg kijkt, sla je hem nooit meer dood.

 

Uitgelicht: Bo de Jong

Bo kun je iets vertellen over jouw ontwikkeling als kunstenaar?
Toen ik 4 jaar was, kreeg ik van mijn vader olieverf en een plankje om op te schilderen. Mijn vader schilderde in zijn vrije tijd en ik deed niets liever dan kijken hoe uit al die kleurige verf beelden ontstonden. Fascinerend! Het materiaal had een enorme aantrekkingskracht op mij.  Omdat ik op de middelbare school niets liever deed dan schilderen, was het logisch dat ik er voor koos om naar de kunstacademie te gaan. Vijf jaar studeerde ik aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten te Den Haag. Ik leerde er vooral veel van mijn jaargenoten. Na mijn afstuderen betrok ik met nog drie andere kunstenaars een atelier in Den Haag. Ik schilderde er dag in dag uit en had het geluk dat ik een aantal keer een stipendium kreeg. Zodoende hoefde ik geen bijbaantjes  te nemen om in mijn levensonderhoud te voorzien. Ik kocht mijn materiaal en bouwde een doka want naast het schilderen werd ik ook aangetrokken door de fotografie.
digiflyer_fata morgana_VZ

Wat opvalt is dat je on-Nederlandse landschappen schildert zijn die geïnspireerd op reizen die je maakte en dus bestaand  of is het fantasie? Op een zeker moment kreeg ik de kans om naar Zuid-Amerika te reizen, naar Argentinië. Mijn bezoek aan dit land verruimde mijn blik enorm,  zowel op de wereld als op cultuur en natuur. Omdat ik merkte dat het reizen naar Zuid-Amerika mijn leven verrijkte, keerde ik meerdere malen terug naar Argentinië. Ook reisde ik naar Ecuador, Bolivia en Uruguay. Veel later maakte ik ook reizen naar Noord-Afrika en Turkije.
Met name de uitgestrektheid, de diversiteit, de kleuren en de eenzaamheid van het Andesgebergte fascineerde me. Toen en nog steeds.
Vandaar dat het niet verwonderlijk is dat ik vaak on-Nederlandse landschappen schilder. De natuur in Zuid-Amerika is magisch en ongerept. Heel anders dan onze netjes aangelegde natuur. In het hooggebergte van Zuid-Amerika zijn gebieden waar zelden of nooit een mens komt, totale verlatenheid, dat is wat mij boeit. Een enkele, eenzame reiziger mijmerend in de uitgestrektheid. Het is deze eenzaamheid waar veel  van mijn schilderijen verslag van doen. Mijn landschappen  komen min of meer overeen met de werkelijkheid. De veelkleurigheid van het Andesgebergte komt heel onwerkelijk over op mij. Soms lijken het landschappen van andere planeten, wonderbaarlijk en overweldigend. Je vraagt je af hoe dit kan en realiseert je tegelijk wat een aards geweld hier miljoenen jaren geleden heeft plaatsgevonden.

In je recente schilderijen zien we regelmatig een man in een kano kun je dat verklaren.
Dezelfde verlatenheid vind ik ook op het water, vlaktes die stilte oproepen, niet verstoord maar juist versterkt door een eenzame roeier of visser. Ook hier doet de stilte je in jezelf keren. Kijken, reflecteren en relativeren. Daar gaat het om in mijn werk.

Waarom gebruik je pastelkleuren?
Ik gebruik vaak de kleuren magenta en turquoise omdat ik dit heel pure kleuren vind, al zijn het geen primaire kleuren. Rood en geel gebruik ik heel sporadisch. Ze zijn me te direct en stralen in mijn ogen geen magie uit. De bruinrode kleuren die ik veel in mijn landschappen gebruik, komen exact overeen met de werkelijkheid van het Argentijnse berglandschap. De natuur daar kent waanzinnig mooie kleuren. Je hebt daar bijvoorbeeld de zevenkleurige berg. Het is de rijkdom aan mineralen die het gebergte zo sprookjesachtig doet kleuren.

Bo schildert

We zien contouren van lege flessen en stippen op je schilderijen. Wat duid je daarmee?
In de landen die ik bezocht, viel het me op dat er zoveel flessen op straat worden gegooid of in de natuur worden achter gelaten. Het zijn veelal overblijfselen van uitbundige feestavonden of flessen waar water in zat om de dorst te lessen in die droge gebieden. Ook in de Argentijnse bergen worden veel flessen achtergelaten, weggegooid of nog gevuld, geofferd aan de Pachamama: flessen worden geplaatst in altaartjes en op begraafplaatsen zodat moeder aarde en de doden voorgoed gelaafd worden opdat het ons nooit aan vocht  zal ontbreken. Dit is een eeuwenoude traditie van de oorspronkelijke bewoners, de Indianen aldaar. Ik zie de fles in het water als een metafoor voor communicatie met de buitenwereld, waarbij de fles een belofte, een wens of een melding kan bevatten over waar iemand zich bevindt. De stippen in mijn werk hebben voor mij een magische betekenis. Toen het sneeuwde fotografeerde ik een huisje in een sneeuwlandschap. Doordat ik een flits gebruikte werden de dichtstbijzijnde sneeuwvlokken sterk belicht. Het werden cirkeltjes en die gaven een enorme diepte aan de foto. Dit was voor mij aanleiding cirkeltjes te gebruiken in mijn schilderijen. Het worden configuraties zoals sterren aan de hemel. Ook geven ze ‘het onzichtbare’ aan zoals energie en fantasie. Een extra dimensie en laag in het werk. Je kijkt als het ware door een schilderij naar een schilderij.

Wil je nog iets toevoegen aan dit interview?
Naast beeldend kunstenaar ben ik twee dagen in de week vakdocent beeldende vorming in het basisonderwijs. Ik leer kinderen naar kunst te kijken en laat ze zelf in kunst ‘oefenen’. Wat voor mij het belangrijkste van die lessen is dat het de blik van het kind verbreed, dat de kleine wereld van hen vergroot wordt waardoor ze hem beter leren begrijpen. En natuurlijk om het plezier dat een kind aan het schilderen en tekenen kan beleven.

Uitgelicht: Edith Meijering voor de expositie GOTHIC.

Edith kun je iets vertellen over jouw ontwikkeling als kunstenaar?
Vanaf de lagere school wilde ik al naar de kunstacademie, daar bestond geen twijfel over. Ik droomde van een romantisch en vrij leven als kunstenaar. Het waren tenslotte de jaren ‘70 en ik werd waarschijnlijk beïnvloed door de hippie tijdgeest. Een andere gedachte was en vraag me niet waarom of waar dit vandaan kwam: “ik wilde mijn werk achterna reizen, de wereld in”. Ik heb de kunstacademie gedaan en leef inmiddels in relatieve vrijheid zoals ik het toen droomde. 12301743_1297442443615183_6505956837040880624_n
Ik vind werk maken het mooiste wat er is, ik geniet van het mezelf terugtrekken en het mijmeren in mijn atelier. Mijn inspiratie vind ik in waarnemingen, uit het dagelijks leven, de ontmoetingen met mensen en van mijn observaties van hoe mensen hun leven “vormgeven”. Ik geloof niet in één waarheid, blijf gedachtes en denkstijlen onderzoeken en ik breng mijn vragen over bepaalde thema’s over in mijn werk. Kernwoorden daarbij zijn vervreemding, verwondering of soms verbijstering. Alles wat valt onder menselijk gedrag heeft mijn aandacht, vooral menselijke tekortkomingen. Ik word gedreven door nieuwsgierigheid en een hang naar (zelf)kennis. Dualiteit is een middel wat ik inzet in mijn werk. Bijvoorbeeld beelden die elkaar in betekenis tegenspreken voeg ik samen. Ik probeer mijn onderwerpen zo te componeren, dat niet alleen het rationele je aanspreekt maar dat het ook een andere laag raakt. De laag waar universele gevoelens zitten bij ieder mens die onveranderlijk zijn door de eeuwen heen en die de mens tot mens maken.

Jouw CV toont een indrukwekkende lijst exposities en nominaties. Welke nominatie of expositieruimte zou je daar nog graag aan toegevoegd zien?
“A good traveler has no fixed plans, and is not intent on arriving.” – Lao Tzu

Dit zegt het wel. Mijn werk is onlangs o.a. getoond in Parijs, München, Berlijn, London en daarnaast op vele locaties in Nederland. Mijn idee van het werk achterna reizen de wereld in ben ik aan het realiseren en dat bevalt uitstekend.

Jouw werken hebben m.i. vaak een duister randje. Toch gebruik je vaak vrolijke kleuren. Kun je die tweedeling toelichten? Vanuit mijn behoefte aan vrijheid zet ik graag mensen op het verkeerde been. Als een werk geen vragen oproept, niet irriteert of uitdaagt dan vind ik het niet interessant. Ik speel graag met clichés m.b.t. goede smaak. Want wat is dat eigenlijk en wat is goede kunst? De kunstwereld is groot en klein tegelijk. Een wereld waar binnen weer wereldjes zijn met een eigen norm. Er zijn veel aannames en ongeschreven wetten en veel meningen die haaks op elkaar staan. Ik zie dat niet als een probleem maar juist als een geven waarmee je dient om te gaan.  In mijn werk probeer ik op de complexiteit die ik ervaar over te brengen. Ik werk de laatste tijd veel op papier met waterige verf waardoor het aquarelachtig lijkt, een techniek die vroeger veel aan vrouwen werd toebedeeld. Vaak worden dan beren, bloemen of stillevens geschilderd. Ik speel bewust met dit cliché van vrouwelijkheid. De zachte kleuren vertragen het doorgronden van de betekenis van het werk. Het verleidt in eerste instantie, het maakt zacht en kan dan de zogenaamde andere laag en betekenis binnendringen. Dit is doorgaans een mix van gevoelens zoals macht, onschuld, kwetsbaarheid, dierlijkheid en waarachtigheid.

Het thema seksualiteit keert regelmatig terug in jouw werken. Waar komt jouw fascinatie voor het onderwerp seksualiteit vandaan? Wat ik een mooie zin vind: ‘tussen droom en daad staan wetten in de weg’. Of een ander variant van de beeldhouwer Rodin: ‘Het lichaam is altijd een vertolking van de geest waarvan het een omhulsel is. Voor diegenen die kunnen zien, biedt het naakt de volste betekenis’. Ik heb het graag over onderwerpen waarbij de verwarring, de kwetsbaarheid en de dualiteit van de mens het grootst is.

Welke relatie heeft jouw werk met het thema gothic, de nieuwste expositie bij Galerie Nasty Alice? Mij boeit het menselijk gedrag in al zijn facetten en ook bijvoorbeeld het begrip autenhticitiet en waarachtigheid. Ik blijf verrast door de behoefte van de mens bij een groep te willen horen of het nu de grote mainstream groep is of een subcultuur. Het is fascinerend om te zien hoe ieder lekker uniek loopt te zijn door allemaal dezelfde kleding, make-up en meningen te hebben. Als ik op straat loop dan vraag ik mij af hoe iedereen zichzelf nu ziet. Ik vind het wonderlijk, die werkelijkheid is mijn ideeën leverancier. Het is een rijkdom aan beelden als je maar wel goed om je heen kijkt! flyer_gothic_VZ

Als je een boek zou uitbrengen of een solo-tentoonstelling zou maken over je eigen werk, welke titel zou je die geven? Mmm, dat weet ik niet…dat is zo afhankelijk van de periode en de thema’s van mijn werk die ik op dat moment onderzoek. Ik heb weleens een kunstenaarsboek gemaakt, dat heb ik “hidden secrets for a future life ‘ genoemd. Die omkeringen vind ik nog steeds interessant.

Wil je nog iets toevoegen aan dit interview?
Wat voor mij het troostrijke en het genot is van kunst is dat de mens zich daar toont op zijn best. Ook al verbeeldt de kunstenaar het donkere en Goddeloze of het dierlijke of wordt er niet de realistische wereld bevestigd. Kunst is het domein van de verbeelding en in de verbeelding kan alles. Het creëren van kunstwerken, architectonische ruimten, het maken van muziek en het spelen in het theater, we delen daarmee ons vermogen om te spelen met gedachtes. Hoe meer ruimte wij daarbij krijgen en nemen hoe groter ons begrip wordt voor de wereld waarin wij leven. Goed kijken zorgt dat je je blijft verwonderen. Wat mij betreft is kunst langzame aandacht omgezet in materie. Door de oneindige verdieping in het kijken onstaat het besef ‘goed’ te zijn voor hetgeen je ziet. Het is een antwoord op destructie die tegelijkertijd plaatsvind, daarom verbeeld ik vaak dualiteit.

Ik hou gewoon van schilderen, ik doe het veel en graag en laat het graag zien, zo simpel is het eigenlijk, ik zie het ook als een vorm van communicatie. Ik nodig iedereen uit mijn werk te komen bekijken.

 

Uitgelicht: REMKO LEEUW

Dubbele expositie:
WOEST & FRISSE BLIK – 31 oktober t/m 20 december
De opening van beide exposities is op 31 oktober a.s. tussen 15- 18 uur. De locaties Galerie Nasty Alice en Inntel Hotels Art Eindhoven liggen slechts 600 meter van elkaar.

Remko kun je iets vertellen over jouw ontwikkeling als kunstenaar? Als kind tekende ik veel. In het begin meestal de portretten op de klassenlijst. Dat leek best aardig volgens mijn klasgenoten. Ik vond het vooral een leuk tijdverdrijf tijdens de les. In 2004 ben ik begonnen met schilderen. Dat was voor mij een heftige periode en het was hoofdzakelijk omdat er dingen uit moesten. Verbeeld moesten worden. Toen voornamelijk om mijn gevoel neer te zetten en dat ook over te brengen. Kort daarna ben ik me gaan concentreren op mijn eigen ontwikkeling. Ik heb altijd een voorliefde gehad voor abstract, omdat ik het als een gave beschouw als je weet te raken of een gevoel weet over te brengen, middels een abstractie. Ik ben denk ik niet iemand die in te delen is bij bepaalde groep kunstenaars en heb daar ook geen behoefte aan. In mijn werk gebruik ik structuren en beelden die ik om me heen zie. Daar creëer ik mijn eigen werelden mee. Daarin duiken op dit moment af en toe onduidelijke figuratieve elementen op. Dat gaat nu over spot en oppervlakkigheid. Een soort van verborgen symbooltaal over de relativiteit van alles. Wanneer ik titels gebruik verwijzen ze naar thema’s die hiermee te maken hebben.

In de omschrijving van je werk gebruik je vaak woorden als tijdelijkheid en vergankelijkheid. Waarom ben je daar zo in geïnteresseerd? Ik denk dat er heel veel vergankelijke dingen zijn die aan ons voorbij gaan. Die best wat meer aandacht verdienen. Ik denk aan de verschillende soorten lichtval op een dag. Of van ontmoetingen en iemand echt in de ogen kijken. Of gewoon in de natuur zitten en observeren wat er gebeurt. Het fascineert mij dat er veel mensen met materialistische en oppervlakkige dingen bezig zijn. Daar verzet ik me tegen, omdat ik geloof dat het belangrijk is om de aaneenschakeling van momenten te zien.

Is er dan volgens jou ook zoiets als eeuwigheid en hoe kijk je daar dan tegen aan? Eeuwigheid als eindeloosheid is voor mijn een romantische gedachte. Ik geloof wel dat er iets eindeloos van ons overblijft, maar niemand weet wat dat precies is. Het gaat er denk ik om waar je in wilt geloven. Ik geloof niet zo in het bestaan van tijd. Tijd is een illusie die ons in meer of mindere mate bezig houdt. Waarmee we in gevecht zijn en onszelf beperken. Wanneer ik in mijn atelier bezig ben bestaat er geen tijd. Als ik die tijdloosheid ervaar, kan ik het beste werken. Bij tijdsdruk vind ik het lastig om in die tijdloosheid te komen, maar als dat lukt gaat het schilderen ‘vanzelf’. Dat is echter niet af te dwingen, dat komt. En gaat op een bepaald moment weer weg.

In je werk stuur je het toeval. Kun je uitleggen hoe je het toeval stuurt? Door veel met materiaal te experimenteren weet ik hoe bepaalde materialen zich, onder bepaalde condities gedragen. Ik speel met die condities of randvoorwaarden en bepaal zo waarbinnen het toeval zich mag bewegen. Een structuur voor de chaos, zoals je wilt. Dat is denk ik een soort van spiegel van mijn waterval aan gedachten die ik probeer te dresseren. Ik ben zo een soort van regisseur van een ‘chemisch tuintje’, soms lukt het en verrast de uitkomst me voldoende, andere keren niet. Een werk kan hierdoor zeker ook mislukken, maar mijn ervaring is dat vanuit praktisch elke toestand aan een doek verder te werken is, te verdiepen is. Zeker als je niet meer weet waar je bent beland, dan liggen daar de cadeautjes, net als in het toeval.

Als toeval een status is waarbij een “doelsoorzaak” ontbreekt hoe is die dan te sturen of te manipuleren? Door de keuze van het materiaal om verf mee op te brengen en door gebruik te maken van de chemische eigenschappen van de materialen.

Welke kunstenaars spreken je aan? Ik vind maar weinig kunst goed en sterk, zowel in uitvoering, concept als het beeld. Maar ik kijk regelmatig naar het werk van Raoul de Keyser, Herbert Brandl en Mark Rothko. Van het kijken naar hun werk, krijg ik zin om te schilderen. Dan gebeurt of verandert er van binnen werkelijk iets bij me.
In het verleden heb ik ook veel gekeken naar Jean-Paul Riopelle, Jackson Pollock en Gerhard Richter. Ook de tekeningen van Michael Borremans spreken me erg aan. De afbeeldingen zijn als uit een verhaal geïsoleerd. Een soort van stills. Het doet je afvragen hoe het verhaal na de afbeelding verder gaat. De symboliek, het breekbare en onvoorspelbare vind ik meesterlijk.

Remko Leeuw schildert

Remko Leeuw schildert

Wil je nog iets toevoegen aan dit interview?
No. Dank!